slide_3

Sterrenkindje

Een handjevol

Het zal je maar gebeuren… nog maar net heb je de blijde boodschap dat je zwanger bent de wereld in gestuurd of je moet je eigen woorden al weer inhalen. Dit overkwam de ouders die deze week hun verwachtingsvolle droom zagen omslaan in een confronterende werkelijkheid. Hun wereld veranderde in een oogwenk, van in verwachting zijn van iets naar schijnbaar niets. Maar wat is nou “niets”…

Ze was vijftien weken zwanger van een tweeling. Wás, want hoewel ze de kindjes nog bij zich droeg wist ze dat ze geen levenskans meer hadden. Misschien voelde ze zich nog wel zwanger, maar de glans was al van haar gezicht verdwenen. Haar ogen keken met een doffe blik naar alles wat ze zag. Een paar weken geleden hadden ze geluisterd naar een radio uitzending waarin het overlijden van baby’s rond de geboorte centraal stond. Met haar handen op haar buik had ze aangehoord hoe belangrijk het afscheid van elk Sterrenkindje is. “Nou, ik hoop er nóóit gebruik van te hoeven maken” had ze haar man nog na geroepen. Ze wist toen niet dat ze me deze week zou bellen. Of ik een afscheidswiegje kon maken waarin haar tweeling van vijftien weken naast elkaar kon liggen. ’s Avonds bracht ik het mandje bij hen. In zachte groene kleuren en overdwars uitgevoerd zodat er naast elk kindje nog een knuffeltje kon liggen. Dat wilde ze graag zo. De knuffeltjes zouden misschien groter zijn dan hun kindjes, verontschuldigde ze zich. “Het is niet veel hoor”, zei ze met een zachte blik, “maar een handje vol…”
 
Mijn neef kwam deze week tijdens een verjaardag met een verrassende mededeling! Ze zijn in verwachting, in blijde verwachting van een kindje. Bijna vijftien weken is het nu. Sinds die mededeling de wereld is in gegaan, is er een jubelstemming bij de grootouders. Overgrootouders glunderen des te meer want je hebt altijd baas boven baas, terwijl neven en nichten van dezelfde generatie nog half in shock zijn over het toekomstige vaderschap van hun leeftijdgenoot. Want als ze iemand in de familie níet met luiers en flesjes in gedachten hadden gehad dan was hij het wel. Vijftien weken. Trots laat onze neef een echo foto zien. “Moet je kijken” zegt hij tegen me, “het is al zo groot, het is al bijna een handje vol…”

Gistermorgen belde een toekomstige moeder me. Ze waren net thuis gekomen uit het ziekenhuis. Nog helemaal ontdaan van de mededeling dat hun kindje geen leven meer vertoonde. Ze was vijftien weken zwanger. ’s Avonds belde ze me weer. Ze wisten precies wat ze wilden. Het moest een ovaal afscheidswiegje worden, helemaal wit met een tekst op het lakentje geborduurd die voor hen een dierbare betekenis had. “En op de bovenkant graag een hart waarin we onze namen kunnen schrijven en die van ons dochtertje”, gaf ze nog als wens. Het mandje kwamen ze vandaag zelf ophalen want ze wilden het morgen al bij zich hebben als de moeder ging bevallen. De vader opende zijn handpalm om te laten zien hoe klein het kindje zou zijn. “Het is nog maar negen centimeter, nog geen handje vol…” zei hij met ontroering. Toch wilden ook zij graag op een waardige manier afscheid van dit “handjevol” nemen. De moeder, zichtbaar vermoeit omdat de weeën al een beetje rommelden, ging elke keer even zitten en dan weer staan. Bij het weggaan merkte ze dat de stoel natte plekken vertoonde. Duizend excuses volgden na een haastig bezoek aan mijn badkamer. Met het afscheidswiegje op de achterbank zouden ze toch maar meteen doorrijden naar het ziekenhuis. Ik gaf haar in al hun haast nog een vuilniszak mee om op te zitten in de auto. Een warme handdruk kreeg ik terug.

Een hand waarin straks een mensenkindje past. Een kostbaar handjevol…


Mari Jonker
Februari 2009 

Deze column is gepubliceerd op www.uitvaart.nl, www.uitvaartbranche.nl en www.groeneuitvaart.nl