slide_3

Sterrenkindje

Woorden van steen

'Belangrijke beslissingen moet je op een begraafplaats nemen…’. Deze woorden las ik laatst. In eerste instantie dacht ik: “Onzin, belangrijke beslissingen neem je op een moment, niet op een locatie”. Toch lieten de woorden me niet meer los. Ik had de laatste tijd belangrijke beslissingen voor me uit geschoven. Gemakzucht? Tijdsdruk? Vanmorgen vroeg wist ik, vandaag neem ik mijn besluit! Met de kerststress voor de deur, op de loer liggend om bezit te nemen van mijn gemoedsrust, ga ik in alle vroegte op pad. Eerst naar de supermarkt dan naar de begraafplaats.

Ik had me heilig voorgenomen om me dit jaar niet druk te maken over bijkomstigheden rond de feestdagen. ‘Het zijn tenslotte maar twee dagen’, overtuigde ik mezelf het hardst. We krijgen eters deze kerst. Om te voorkomen dat het huis tot eind januari naar de gourmetschotel ruikt, beloofde ik een echt kerstdiner te presenteren. Driehonderdvierenzestig dagen per jaar ben ik geen keukenprinses, dus waarom doe ik de visite en mezelf dit eigenlijk aan? Met een overvolle boodschappenkar en een kerstliedje in mijn hoofd, wat ik per ongeluk zachtjes blijk te fluiten gezien de reacties om me heen, ben ik bijna bij de kassa. Nu nog de ijstaart, alles in de auto en húp naar de begraafplaats.

Thuis had ik voor vertrek wat kleine bosjes bloemen gemaakt. Ieder boeketje voor een graf waar ik naar toe wilde. Het is stil op de begraafplaats. Confronterend doodstil. De schemer van de nacht is nog niet helemaal opgetrokken. Ik loop er alleen. Wat heet alleen, met zoveel mensen…

Het eerste boeketje leg ik neer bij het graf van de vader van een vriend van onze zoon. Jaren gingen beide vaders met hun zonen naar zwemles voor kinderen met een meervoudige beperking. Nu zijn de jongens collega’s van elkaar. Onder het werk vertelt de vriend vaak over zijn vader, alles in verleden tijd. Onze zoon luistert. Zijn inlevingsvermogen is niet zo toereikend om een echt gesprek hier over te voeren. Hij luistert. Dat is wat hij kan doen, voor zijn vriend.

Het tweede bosje bloemen is bestemd voor de jongere broer van mijn hartsvriendin. Een bijzonder graf, een bijzondere broer. Groot, zwaar en sterk, met een enorm gevoel voor humor. “Hoge bomen, lange planken” zei hij altijd. De woorden stonden centraal bij zijn afscheid. Tweeëndertig mocht hij worden. Slechts.

Ik loop verder, heb geen idee meer van de tijd. De wind steekt op. Mijn kraag gaat omhoog. Telefoon. Op een stille begraafplaats. “Hallooooo”, denk ik na een paar tonen, “neemt er iemand op…”. Het blijkt mijn eigen telefoon te zijn, volkomen vergeten. Schaamrood op mijn wangen. De rust van de begraafplaats had al bezit van mij genomen.

Ook leg ik bloemen bij het grafje van het eerste kindje van onze vrienden. Zij lag destijds tegelijk met onze zoon in het ziekenhuis. In de week dat hij na maanden opname thuis mocht komen, overleed zij. Klein, teer, kwetsbaar. Drie maanden mochten ze van haar genieten en voor haar zorgen. Een klein wit steentje in hartvorm. “Miss you like crazy” is door het afbladderen van de letters nog nauwelijks te lezen. Ik ken het lied. Hoorde het toen elke dag op de radio, op weg naar het ziekenhuis. Het was eigenlijk mijn lied geworden. Ik hoef niet meer te missen, mijn vriendin nog dagelijks.

Bijna ben ik bij de uitgang. Volkomen onthaast. De belangrijke beslissing die ik wilde nemen is eigenlijk zo belangrijk niet meer. Opeens sta ik stil. Recht voor mij lees ik, gebeiteld in steen, de boodschap van een overledene: “Tel je zegeningen…”. Stilte. Mijn laatste bloemen leg ik hier neer. Dankbaar voor deze woorden. Thuisgekomen voel ik me helemaal vrij van alles wat me vasthield. De kerstboodschappen zijn achter in de auto allang ontdooid. De ijstaart heeft een verrassende vorm aangenomen. Kerst mag van mij beginnen.

Mari Jonker
December 2008

Deze column is gepubliceerd op www.uitvaart.nl, www.uitvaartbranche.nl en www.groeneuitvaart.nl