slide_3

Sterrenkindje

Klein pareltje

De Uitvaart Vakbeurs ligt al weer achter ons. Terwijl de organisatie terug kan kijken op een geslaagd evenement, maken standhouders de stand van zaken op. “Wat heeft het gekost qua tijd, inspanning, uitgaven en wat gaat het nu werkelijk opleveren” zijn gedachten die bij menig deelnemer aan de vakbeurs, ongeacht de hoeveelheid vierkante meters, deze dagen de revue passeren. Bij het rubriceren van de visitekaartjes is nu bij velen het “Oh-ja tijdperk” aangebroken. “Oh-ja, die heb ik ook nog gesproken..., Oh-ja, die zou mij nog bellen over zus en zo… en Oh-ja, die persoon zou nog wel eens een belangrijk contact kunnen zijn, laat ik dit kaartje maar bewaren…”.

Dat het moeilijk is voor ieder in de uitvaartbranche om zich te onderscheiden, was me wel duidelijk geworden. Ik zou niet meer weten hoeveel kisten ik die dag heb gezien, maar ook leveranciers van drukwerk, sieraden waarin asresten kunnen worden verwerkt, herdenkingsvormen en vooral een enorme verscheidenheid aan kinderkistjes. Dat laatste is mijn vakgebied en sprak me natuurlijk bijzonder aan.

Als bezoeker aan de beurs had ik me ingeschreven voor de lezing over marketingstrategieën. Deze werd verzorgd door een vermaard Amsterdams reclamebureau. Twee interessante heren gaven op geheel eigen interessante wijze inhoud aan de lezing. Speerpunten in hun uiteenzetting waren voor mij de uitspraken: “Wat is mijn grote ideaal en hoe wil ik mij onderscheiden van anderen”. Met een tas gevuld met informatie, een hoofd vol van indrukken en een gemoedsrust dat langzamerhand overstroomde van ontmoediging, reed ik naar huis.

Mijn grote ideaal staat mij helder voor ogen: “bijdragen aan een Mensje-Waardig afscheid”. Waarbij voor mij meer de nadruk ligt op een bijdrage mogen leveren aan het afscheid dan het expliciet leveren van producten. Maar goed, ik ben dan ook geen hoofdkostwinner. Onderscheid maken in verscheidenheid. Sinds de lezing achtervolgt deze lastige vraag mij op de hielen. Op zoek naar het antwoord kom ik terecht in de verwarrende jungle van commercie.

Op TV wordt op elke zender een hevige strijd geleverd tussen kookprogramma’s. Ik ga al kokend tot aan de horizon van de ene kookchef naar de andere scheldkanonnade in de keuken. Wordt gedwongen om te kijken naar het dagelijkse leven van tweederangs artiesten die zichzelf in reality programs de meest belangrijke persoon vinden, al dan niet uitgerangeerd tot bijstandsniveau.  Producten beloven mij allerlei hydro-allergene-hypergene-oxygene-regenererende-vuil en vlek intelligence functies te hebben waarvan ik het bestaan niet eens af wist, laat staan dat ik weet wat ik er mee moet doen. Bij de supermarkt kan ik kiezen tussen diverse roddelbladen, full-color gossip tabloids (zoek de zeven verschillen…) en wordt mijn geest getart met de vraag waarom ik het nieuwste tuinmagazine moet laten en liggen en juist de kingsize uitvaartglossy moet meenemen. De ene grote uitvaartvereniging is nog midden in een bewustmakingproces over de meerwaarde van eigen keuze’s tijdens de uitvaart, of de andere mammoettanker op de zee van afscheid lanceert een campagne met jawel, het belang van eigen keuze’s tijdens de uitvaart, waarbij deze laatste zelfs in een krantenartikel mij weet te vertellen dat het zich wil onderscheiden in onderscheidende uitvaarten. Ik denk dan: “Twee keer linksom is volgens mij ook achteruit…” Onderscheid. Hoe moeilijk is dat! Hoe kunnen mijn producten zich nu onderscheiden van andere, soortgelijke producten.

Enkele dagen later werd ik gebeld door een mij bekende uitvaartondernemer met de vraag of ik in plaats van een mandje ook een kinderkistje kon bekleden. Al hoewel ik dat nog niet eerder had gedaan nam ik de opdracht in vol vertrouwen van mijn eigen kunde aan. Om me goed in te kunnen leven in de wens van de opdrachtgever vroeg ik om wat informatie. “De alleenstaande moeder”, zo legde de ondernemer uit, “is nog héél jong, heeft al een kindje van twee en haar baby is overleden na een zwangerschap van 38 weken. Alle kans dat ze het kindje niet eens wil zien en het kistje ook niet, want in haar wanhoop roept ze dat de hele tijd”. Ik ging vol vertrouwen aan de gang, was al mijn twijfels vergeten over de thema’s die me de laatste tijd hadden beziggehouden. Op het lakentje borduurde ik op verzoek van de moeder: “Je bent een pareltje in God’s hand”. ’s Avonds haalde de uitvaartondernemer het kistje met nieuwe binnenbekleding weer op. De volgende dag nam hij het mee naar het ziekenhuis waar de moeder en haar ouders op hem wachtte. Voorzichtig opende hij het kistje, legde het deksel opzij en bleef bescheiden op de achtergrond. Zei geen woord. De grootouders en jonge moeder evenmin. Door verdriet overmand, bewogen kijkend naar het kistje dat een metamorfose had ondergaan tot afscheidswiegje stapte de jonge moeder uit haar bed, pakte haar kindje op en stopte het zelf toe na nog eerst gekoesterd te hebben liefdevol onder de dekentjes in het kistje. Ze heeft haar kindje gedragen, gebaard, verloren, verbannen, teruggevonden, gekoesterd, lief gehad en zelf weggebracht.

De uitvaartondernemer vertelde mij die avond hoe het allemaal gegaan was. Lovende woorden over het beklede kistje kwamen mijn kant op. Ik hoorde ze aan, was er weliswaar dankbaar voor maar schaamde me ook. Ik schaamde me dat ik al die tijd op zoek was geweest naar hóe mijn producten zich moeten onderscheiden van anderen. Terwijl dáár de vraag helemaal niet ligt. Deze jonge moeder was zelf het antwoord op mijn vraag. Zij bepaalde het onderscheid tussen eerst haar kindje niet meer willen zien en het later toch in de armen willen nemen. Dat zij mijn handen hiervoor kon gebruiken is iets waarvoor ik haar mag bedanken. “Dank je wel jonge moeder dat ik dit door jou mocht inzien, moge jouw pareltje altijd in hart en hand gedragen worden”.


Mari Jonker
Oktober 2008

Deze column is gepubliceerd op www.uitvaart.nl, www.uitvaartbranche.nl en www.groeneuitvaart.nl